LTA Antistollingszorg
LTA AntistollingszorgMenu

Overzicht VKA

vitamine K-antagonisten (VKA)

Startdosering vitamine K antagonisten:

Informatie:

Merknaam-Sterkte in mg/tablet1 mgHalfwaarde tijd (T1/2)14 uur
Startdosis (aantal tabletten)Startdosering is afhankelijk van de leeftijd en het al dan niet aanwezig zijn van relatieve contra-indicaties (ernstig ziek zijn/slechte voedsel-intake/leverziekte/hartfalen/verhoogde bloedingsneiging)1ste dag6 tabletten2e dag4
3e dag24e dagop geleide van INR
Voor de controle van het effect wordt de protrombinetijd (PT) gebruikt, deze wordt uitgedrukt in INR (International Normalized Ratio). Na het innemen van de startdosering wordt de INR bij voorkeur bepaald op dag 3 of 4.
De dosis van de VKA dient op een vast tijdstip, liefst rond het avondeten, ingenomen te worden. Hierdoor is het mogelijk de patiënt bij een afwijkende INR een aangepaste dosis te laten innemen op de dag waarop de controle heeft plaatsgevonden.
De werking van vitamine K antagonisten wordt beïnvloed door interacties met andere medicijnen, die zowel versterkend als remmend kunnen werken. Bij gelijktijdig gebruik dient dit te worden gemeld aan de trombosedienst. Een actuele lijst met interacties is te vinden op de website van de Federatie Nederlandse Trombosediensten.

https://www.fnt.nl/

Voor doseringen voor zuigelingen en kinderen zie het kinderformularium van de NKFK

https://www.kinderformularium.nl/

Indicaties en doseringen

Eerste intensiteitsgroep - Therapeutische INR 2.0 tot 3.0
  • Atriumfibrilleren (met of zonder embolie)

  • Mechanische aortaklepprothese, nieuwe generatie zonder risicofactor (risicofactoren: vergroot linker atrium, (voorgeschiedenis van) systemische embolie, myocard infarct, lage ejectiefractie, atriumfibrilleren)

  • Veneuze trombo-embolie, inclusief bij antifosfolipiden antistoffen

  • Recidief veneuze trombose-embolie optredend in periode zonder antistolling

  • Primaire en secundaire preventie veneuze trombo-embolie

  • Veneuze trombose overige locaties (mesenteriaal trombose, sinus trombose, vena porta trombose)

  • Cardiomyopathie + aneurysma cordis

  • Veneuze bypass

  • Pulmonale hypertensie

Tweede intensiteitsgroep - Therapeutische INR 2,5 tot 3,5
  • Mechanische mitralis, tricuspidalis of pulmonalis hartklepprothese

  • Mechanische aortaklepprothese, nieuwe generatie met risicofactor (risicofactoren: vergroot linker atrium, (voorgeschiedenis van) systemische embolie, myocard infarct, lage ejectiefractie, atriumfibrilleren)

  • Mechanische klepprothese, oude generatie, ongeacht positie **

  • Recidief veneuze trombo-embolie onder adequaat ingestelde orale antistollingsbehandeling

  • Cardiomyopathie + atriale trombus


** De bekendste mechanische klepprothesen in deze groep zijn:

  • Caged ball valve (bal-in-kooi-klep) o.a. Starr-Edwards
  • Caged disk valve (schijf-in-kooi-klep) o.a. Starr-Edwards 6500, Kay Shiley
  • Monoleaflet disk valve of tilting disk valve (kantelschijf-klep) o.a. Björk-Shiley convexo concave valve, Björk-Shiley spherical-disk valve